De familie Knijff en de steen- en dakpannenindustrie te Woerden

 

Door Hans Knijff

 

De steenbakkers industrie in en om Woerden kent een lange geschiedenis die rond 1370 begint. In de 16e eeuw komen ook de pannenbakkerijen op. Buiten enkele op zichzelf staande steen of pannenbakkers waren vele van de bakkerijen in handen van maar een paar families, waaronder de familie Knijff”

Bij de bouw van kasteel Woerden in 1150 worden de stenen nog uit Utrecht gehaald. De ligging van Woerden langs de Rijn en het kleiachtige achterland vormden een prima locatie om daar eigen steenbakkerijen op te richten. Als Woerden in 1371 stadsrechten verkrijgt wordt de stad versterkt met stenen muren. De Baljuw van Rijnland, heer Willem van Naaldwijk, laat daarvoor op een reeds bestaande oven grote hoeveelheden stenen bakken. De steenplaats staat onder leiding van Jacob Hessel, hij levert in dat jaar 150.000 stenen. Korte tijd later stonden er al drie steenovens rond Woerden want er waren veel stenen nodig voor de stadwallen en het kasteel. In 1388 wordt er in Woerden een standaard steen vorm bepaald. In 1490 wordt weer een vergunning aangevraagd om bij Woerden een steenoven op te zetten. Dit omdat het repareren en onderhouden van de stadsmuren veel stenen vergt. Graaf Jan van Montfoort had tijdens een inval in 1488 grote schade aangebracht aan de stad Woerden. Op een kaart van het gebied tussen de Oude Rijn en de IJssel uit het begin van de 16e eeuw is bij Barwoudswaarder al een steenoven getekend.  In de 16e eeuw werd vooral rond de steden ook overgegaan tot het bouwen van de gewone huizen van steen. Dit bevorderde de verdere groei van steenbakkers industrie. Op 10 juli 1584 verschijnt de volgende verordening:                  “Item dat van nu voortaan geen persoon binnen deser stede Woerden hem verordenen en sullen, eenige huysen ofte huyskes, schueren ofte iets anders, dat hij timmeren ende eenige spannagie op coempt, ofte oude huysen die verspand worden te decken met riet of stroy dan sullen gehouden wesen datselve huyse ofte huyskens schueren ofte iets anders als voorst. is, te decken met hardt dack tsy leyen, pannen ofte teegelen, sulck als dies ghelieft………….. “.     Dit betekent uiteraard de opkomst van de pannenbakkerijen. In 1606 wordt in Woerden bepaald dat de steen- en pannenbakkerijen niet nog dichter bij de stad geplaatst mochten worden dan op dat moment het geval was. Voor Woerden betekende dat de bakkerijen zich voornamelijk bevonden aan het Sandpad, welke later Pannenbakkerijen heet en nu de Leidsestraatweg is. In 1687 wordt het steen – en pannenbakkergilde in Woerden opgericht. Op het hoogtepunt van de steen- en pannenbakkers industrie in Woerden waren er ongeveer 15 tot 20 bakkerijen.

Er is voor het eerst sprake van de naam Knijff in deze industrie in twee notariële akten uit 1605. Daarin wordt melding gemaakt van een geschil tussen Arien Aertsz Knijff (1565-1609), 40 jaren oud, wonende te Rietveld even buiten Woerden en Claes Cornelisz van Vlooswijck. Het geschil gaat over een contract dat beiden sloten op 14 oktober 1602 en dat door Claes Cornelisz van Vlooswijck eigenhandig veranderd zou zijn. In het contract stond dat Arien Aertsz Knijff en zijn compagnon Jan Jacobsz Trompetter grond mochten halen van het land van Willem Crijnen op Breevelt. Claes Cornelisz van Vlooswijck zou de grond overnemen om dit te verkopen aan pannenbakker Jacob Hobbesz. Maar de pannenbakkers gezellen Sijmon Cornelis en Jan Dirks hadden gezien dat werknemers van Claes Cornelisz van Vlooswijck zelf de grond al van het land hadden gehaald. Op 20 december 1602 zou Claes Cornelisz van Vlooswijck ten huize van Jan Jacobszn Trompetter het contract veranderd hebben. Hoe Ariens Aertsz Knijff al zover was gekomen dat hij in staat was grond te kopen is niet bekend, wel wordt er steeds meer bekend over hoe het daarna met deze familie verder verloopt in de steen- en pannenbakkers industrie.

Vooral de eerste helft van de 15e eeuw zijn gegevens nog schaars over het wel en wee van de familie Knijff in Woerden. Een eerste glimp van een nazaat van Ariens Aertsz Knijff is te vinden in een notariële akte opgemaakt 6 maart 1645. Daarin wordt zijn kleinzoon Arie Knijff, doopnaam Arien Aertszn Knijff (1605-1658), genoemd. Arie woont een vergadering bij van meester pannenbakkers in Herberg Het Wapen van Woerden. Daar beledigt hij Jan Pleunisse. Het een conflict loopt danig uit de hand en wordt uiteindelijk voor het gerecht beslecht. Aanwezig op deze vergadering zijn naast meesterpannenbakkers Knijff en Pleunisse, ook Dirck Claesse Smaling en Jacob Crijnen. In deze akte wordt ook gesproken over het pannenbakkers gilde dat officieel pas opgericht wordt in 1687.

De Franse inval in 1672 laat ook zijn sporen na in de steen- en pannenbakkerindustrie rond Woerden. Vele ovens worden vernietigd, maar ook de huizen van de werklieden worden door de Fransen met de grond gelijk gemaakt. Vele pannenbakker trokken weg richting Utrecht. Daaronder bijvoorbeeld de families Schriek, Landzaat en Smaling, bekende namen in die tijd. De meeste keren enkele jaren later weer terug want hun namen komen ook voor op de Gildebrief die in 1687 in Woerden door 16 steen- en pannenbakkers ondertekend wordt. Daarop ook de handtekening van Aert Knijff (1635-?), zoon van Arien Aertszn Knijff(1605-1658) en Jaetgen Claessen Smaling. Zo worden twee families die in de steen- en pannenbakkers industrie zitten met elkaar verweven.

Veelal werd er in de elite van steen- en pannenbakkers getrouwd met andere pannenbakkers families om het geld maar in de familie te houden. Een voorbeeld daarvan is de verhouding binnen de families de Koning, Plomp en Knijff. Johannus (Jan) Cornelisz. de Coninck (de Koning) uit Zuilen verhuist in 1710 met zijn gezin naar Woerden. Hieronder volgen we vier van de 10 kinderen van Johannus: (1) Gijsbert Jans (de) Koningh is meester pannenbakker te Blokhuisbrug en is lid van het steen- en pannenbakkers gilde. Gijsbert is getrouwd met Dirkeije Plomp, die heeft samen met haar broer Cornelis Plomp en diens echtgenote (2) Gijsbertje de Koning, een steenplaats te Barwoutswaarder. Dirkije de Koning dochter van (1) Gijsbert trouwt met Arie van de Kats meester pannenbakker te Woerden, na haar overlijden hertrouwt Arie met Dirkije Plomp, de weduwe van Gijsbert de Koning. Maria de Koning, een andere dochter van (1) Gijsbert is getrouwd met Johannis Knijff. Johannis Knijff staat in 1755 te boek als eigenaar van steenfabriek “Het Misverstand” (1755-1881). Hij verkoopt deze fabriek een paar jaar later aan (4) Jacobus de Koning, de broer van Gijsbert. (3) Aaltje de Koning trouwt met Aalbert Pietersz. Paling, steenfabrikant/pannenbakker. (4) Jacobus de Koning is pannenbakker onder Blokhuisbrug (Rietveld). Zijn dochter Maria Jacobsdr. de Koning, eigenaresse van de steen- en panfabriek "Het Misverstand" trouwt met Jan, een zoon van (1) Gijsbert, neef en nicht dus. Een andere dochter, Cornelia, trouwt met Adrianus Knijff, broer van Johannis. Een zoon van Jacobus trouwt met Aaltje Smalingh. Gijsbert Cornelisz Plomp(ert), meester pannenbakker trouwde met Beatrix Pieters Knijff. Beatrix is de achterkleindochter van Arien Aertszn Knijff(1605-1658) en Jaetgen Claessen Smaling. Jan Gijsbertsz. Plomp(ert), meester pannenbakker, trouwde met Marrigje Willems Noppen. Marrigje hertrouwde later met Hendrik Knijff. Zo zijn er vele koppelingen te maken tussen de diverse families die de eigenaren waren van de vele steen- en pannenbakkerijen in Woerden.

Vanaf 1700 wordt er steeds meer bekend over de familie Knijff en de steen- en pannenbakkerij. In 1713 staat er een Jan Aartse Knijff als meesterpannenbakker te boek. Het gaat het hier om de oudere broer van Aart Aartse Knijff (1664-1701). Deze Aart Knijff krijgt 7 kinderen waaronder Hendrik (1696-?) en Aart(1684-v1750). Laatstgenoemde is een van de ondertekenaars van de vernieuwde Gildebrief in 1724. In 1729 staat Hendrik Knijff bekend als eigenaar van Pannenbakkerij “van de Kwakel”. Samen met mede eigenaresse Catherina van Henegouwen komen zij op 28 november 1729 met de heer van Linschoten, Johan Hendrik Strick van Linschoten (1687-1759) overeen het land tussen hen beiden niet te verhogen omdat daarmee anders de wind gestuit zou worden en de pannen niet goed kunnen drogen. De hier vermeldde pannenbakkerij is in 1816 gesloopt. Broer Aart(1684-v1750) krijgt 4 zonen waarvan de jongste al heel vroeg overlijdt. De andere drie minderjarige kinderen, Johannis (1729- ?), Hendrik (1733-1805) en Adrianus (1735-1806) worden na het overlijden van Aart en diens vrouw Jannigje Kruik onder voogdij van Hendrik gesteld. Opvallend is dat in de acte, opgemaakt 23 augustus 1754, waarin dit wordt vastgelegd de naam Knijff als de Knijff wordt gespeld. Maar het gaat wel degelijk om dezelfde familie. De drie broers Johannis, Hendrik en Adrianus kunnen gezien worden als de grondleggers van het steen-en pannenbakkers imperium van de familie Knijff. Aart (1684-v1750) Knijff is in 1733 eigenaar van pannenbakkerij De Heul in Utrecht aan de Vaartse Rijn. In 1741 vraagt hij permissie voor het graven van een Vletsloot. Aart is dan getrouwd met Grietje van der Neut. Zijn oudste zoon Nicolaas overlijdt in 1748, dan wordt  Nicolaas Wesbeek eigenaar van de pannenbakkerij De Heul. Nicolaas Weesbeek is de zoon van Jannigje Kruik uit haar eerste huwelijk met Claas Weesbeek. Het is duidelijk dat de belangen van de familie Knijff toen al verder reikten dan alleen Woerden.

De zoon van Hendrik Knijff (1733-1805), Jan Knijff was onder andere wethouder van Woerden. Hij bezat grote stukken land en vele huizen in Woerden en omgeving waaronder de hofstede Heulestein te Linschoten. In zijn nalatenschap zat een uniek kunstwerk, “De gedachtenistafel van de heren van Montfoort”, een schilderij dat gemaakt is na de slag bij Warns in 1345 waarbij Jan I van Montfoort, zijn oudoom Roelof de Rover, zijn oom Willem de Rover, aan de zijde van Willem de IV van Hennegouwen, Graaf van Holland, sneuvelden. De vierde persoon op het schilderij is vermoedelijk Hendrik de Rover Willemszn die de slag overleefde. Het in ca 1380 vervaardigde schilderij is een van de oudst bekendste kunstwerken die bewaard is gebleven. Jan Knijff bleef kinderloos en liet het schilderij na aan de dochter van zijn broer Aart, Mensina. Mensina Knijff was getrouwd met de Woerdense arts Hermanus van der Lee. Die liet het schilderij na aan zijn schoonzoon Jan Jansse de Koning, deze schonk het schilderij in 1885 aan het Rijksmuseum Amsterdam.

Aart Hendrikszn Knijff was een belangrijk man. Hij heeft de volgende functies bekleed:

Lid van de Liberale Unie
Lid Provinciale Staten van Zuid-Holland voor het kiesdistrict Gouda, van 7 juli 1874 tot 1900
burgemeester van Rietveld, van 30 mei 1877 tot 1 mei 1907.

Burgemeester van Barwoutswaarder, van 30 mei 1877 tot 1 mei 1907.

Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Bodegraven, van 16 mei 1894 tot 17 september 1901.

Schout waterschap Barwoutswaarder c.a., omstreeks 1880 en nog in 1899.

Schout waterschap Het Westeinde van Waarder, omstreeks 1880 en nog in 1899. In de polder Het Westeinde van Waarder werd de bemalingsmolen in 1880 vervangen door een stoomgemaal. Het gemaal werd vernoemd naar de toenmalige poldervoorzitter A.Knijff Hzn. De plaats van het gemaal wordt nu aangegeven door een stapel stenen waarmee de Molenvliet is gedempt. (Vanaf de A12 richting Nieuwerbrug aan de linkerkant van de weg!een foto van het stoomgemaal is ier te vinden http://www.rhcrijnstreek.nl/index.php?option=com_memorix&Itemid=14&task=result)

Lid hoofdbestuur Vereeniging tot bevordering van fabrieks- en handwerksnijverheid in Nederland, omstreeks 1872 (nog in 1888).

Hij was voorzitter van de fabrikanten-vereniging van steen en pannenbakkers te Woerden van 1881 tot 1890.

Hij liet samen met aannemer Jan Paling de herenhuizen Alpha en Omega met daartussen een blok huizen bouwen op de Oostdam.

Het is niet zo dat je als afstammeling van Adrianus Knijff (1735-1806) alleen maar trots kan zijn op je voorouders. De manier waarop rijkdom werd vergaard verdiend allerminst de schoonheidsprijs. Veelal was het slecht werken in de steen- en pannenfabrieken. 6 dagen werken van 7.00uur tot 19.00uur. Kinderarbeid was toen ter tijd geen uitzondering. Na 1874, toen het kinderwetje van van Houten werd ingevoerd, verbeterden de werkomstandigheden geleidelijk. In 1873 zijn Jacomina Knijff en haar neef P.C. Knijff de grootste verdieners van Woerden. Jacomina Knijff verdient 7000 tot 8000 gulden op jaarbasis, P.C. Knijff is goed voor 6000 tot 7000 gulden op jaarbasis, hetzelfde verdiend arts Hermanus van der Lee. Jan de Koning en Jan Knijff blijven niet ver achter met respectievelijk 5000 tot 6000 gulden en 4000 tot 5000 gulden. Ze verdienen allen meer dan burgemeester Jac Bredius die het moet doen met 3500 tot 4000 gulden per jaar.

De familie Knijff is eind 18e eeuw een begrip in de steen- en pannenbakkers industrie rond Woerden. Wat nu volgt is een overzicht van steen- pannenfabrieken waarbij de familie Knijff betrokken is geweest:

 

Driemanshoop

In 1700 heropenen drie mannen, Cornelis P. Landzaad, Johan Schriek en Nicloaas Peck, (de laatste wordt korte tijd later vervangen door Matheus Feck), een oude steenoven op het Oude Land onder Woerden aan de Pannenbakkerijen, hun toekomst hangt af van het succes van deze onderneming, de steen en tichelbakkerij krijgt daarom de naam De Driemanshoop. In 1788 koopt Hendrik Knijff Azn van Cornelis Schriek pannenbakkerij De Driemanshoop. Na het overlijden van Hendrik zetten weduwe Jacomijntje Verbaan en de zonen Aart en Jan het bedrijf voort onder de vennootschap Firma Wed.H. Knijff&Zonen. In 1832 staat Jan alleen aan het hoofd van de steenfabriek, later komt neef Hendrik Knijff Aartszn in de zaak. Als in 1848 Jan overlijdt, beheerd Hendrik de zaak alleen wordt de zaak door de erven Wed. Hendrik Knijff&Zonen overgedragen aan Hendriks Knijff Azn. In 1859 erft zoon Pieter Cornelis de pannenbakkerij. In de fabriek van P.C. Knijff staat de enige stoomkleimolen van Woerden. In 1876 verkoopt Pieter Cornelis de zaak aan Johan Hendrik Meijster. Tien jaar later gaat Meijester failliet. Op de veiling in koffiehuis De Dubbele Sleutel in Woerden wordt de pannenbakkerij verkocht door schuldeiser P.C.Knijff (Meijester blijft in rente en aflossing van een lening van 30.000 gulden in gebreke) aan Francois Adrianus de Lange uit Gouderak voor 18.025 gulden. In 1901 erft weduwe Jannigje Verbree het bedrijf. Op haar beurt laat zij de pannenbakkerij in 1919 na aan haar zonen Pieter Arie en Teunis Magtel van Langen. Ze stoppen met de pannenbakkerij in 1951 en verkopen de Firma F.A. van Langen Pzn in 1955 aan Wodast. In 1970 wordt de oude steenoven gesloopt.  

 

Kop en Hagen

Al vanaf 1678 staat er op de plek van steenfabriek Kop en Hagen een steenoven. In 1737 zet Jan Conrnelissen Verbaan op die plek de steenfabriek Kop en Hagen te Rietveld op of geeft hij de naam Kop en Hagen aan de bestaande  oven. In 1796 koopt Hendrik Knijff Azn de fabriek van Verbaan. Na het overlijden van Hendrik zetten weduwe Jacomijntje Verbaan en de zonen Aart en Jan het bedrijf voort onder de vennootschap Firma Wed.H. Knijff&Zonen. In 1832 staat Jan alleen aan het hoofd van de steenfabriek, later komt neef Hendrik Knijff Aartszn in de zaak. Als in 1848 Jan overlijdt, beheerd Hendrik de zaak alleen. In 1859 erft de zoon van Hendrik, Aart Knijff Hendrikszn de steenfabriek. Aart en diens zoon Hendrik verkopen Kop en Hagen in 1890 aan Jacobus Brunt Janszn, deze neemt tevens de firmanaam Weduwe Hendrik Knijff & zonen over. Brunt voegt Kop en Hagen in 1915 samen met De Nieuwe Steenplaats die ernaast gelegen is en hij heeft gekocht van Albertus Knijff. Als Jacobus Brunt in 1938 overlijd sluit het bedrijf. Enig overblijfsel van Steenfabriek Kop en Hagen is het statige landhuis, dat Aart Knijff Hendrikszn liet bouwen rond 1860, dat nog altijd de naam Kop en Hagen draagt (Rietveld 36). In de buurt van Kop en Hagen wordt in 1842 een nieuwe steenfabriek gebouwd “de nieuwe steenplaats”. Eerste eigenaren zijn Hendrica Jacoba van Leeuwen, wed. Adrianus Knijff Az. De twee fabrieken worden rond 1890 samengevoegd.
(Stenen werden kop op kop tegenover elkaar te drogen gezet op zogenaamde schranken. Deze rij schranksgewijs opgestapelde stenen werd een haag of drooghaag genoemd. Kop en Hagen http://home.kpn.nl/f2hgildemeesters/index.htm ).

 

Firma Wed.H.Knijff&Zonen

Onafhankelijk van de twee voorgaande bakkerijen komt er nog een derde pannenbakkerij in het bezit van de familie Knijff, deze fabriek draagt de naam Firma Wed.H.Knijff&Zonen.      In 1767 koopt Hendrik Knijff Azn van de erfgenamen van Neeltje Schriek (weduwe van Jan van der Kats) 2/3 deel van een pannenbakkerij en van de erfgenamen van Aaltje Smaling (weduwe van Teunis van der Landen) 1/3 deel van deze pannenbakkerij. In 1832 staat Jan Knijff alleen aan het hoofd van de steenfabriek, later komt neef Hendrik Knijff Aartszn in de zaak. Als in 1848 Jan overlijdt, beheerd Hendrik de zaak alleen. In 1859 komt de pannenbakkerij ook in handen van Aart Hendrikszn Knijff samen met zijn broer Pieter Cornelis. In 1878 stapt Pieter Cornelis weer uit de zaak. In 1890 verkopen Aart en diens zoon Hendrik de pannenbakkerij aan Gerrigje van Doorn (weduwe van Jan Brunt Jaczn). Zoon Hendrik Brunt Jansz die de zaak (Firma J.Brunt & Co) in 1911 erft verkoopt de pannenbakkerij uiteindelijk in 1923 aan de Woerdense Dakpannen- en Steen industrie.

 

Steenfabriek Pannenfabriek Firma Albertus Knijff (1800- 1934)

In 1792 start Adrianus Knijff een steenbakkerij op Rietveld. Na zijn overlijden in 1806 neemt zoon Jan de zaak over. Deze verkoopt de Panfabriek aan Jan Jansse de Koning (deze is getrouwd met de kleindochter van Hendrik Knijff Aartszn eigenaar Kop en Hagen) steenbakker uit Leiderdorp en Jan Janszn Plomp steenbakker uit Zuilen. Twee jaar later verkopen deze twee de fabriek aan de zoon van Aart Adriaanszn Knijff (broer van Jan) : Jan Knijff Aartszn. Albertus de zoon van Jan Aartszn wordt officieel eigenaar in 1864. Op 2 februari 1891 wordt in het koffiehuis Het Dorstig Hert de fabriek geveild na het overlijden van Albertus. Koper is Jacobus Brunt Janszn.

 

Rietvorstenfabriek Deklust

De nok van een rieten dak wordt al eeuwenlang bedekt met grote boogvormige nok- of vorstpannen zogenaamde rietvorsten, Deklust was onder andere gespecialiseerd in het maken van deze rietvorsten. In 1790 wordt voor het eerst melding gemaakt van pannenfabriek Deklust. Eigenaar is dan Gijsbert Jan Plomp. Op een lijst van eigenaren staat in 1833 Jan Knijff Arzn te boek als eigenaar van Deklust. Op een veiling in herberg Het Dorstig Hert verkopen de gezamelijke erfgenamen van Jan Knijff Adriaanszn in 1849 de fabriek aan Jan Knijff Adriaanszn, kleinzoon van de overledene, vertegenwoordigd door zijn stiefvader Rederus Ambagtsheer. Merkwaardig is dat in deze acte vermeld wordt dat Deklust is gebouwd door Jan Knijff Artzn na 1829 terwijl Gijsbert Jan Plomp al in 1790 als eigenaar van deze fabriek genoemd wordt. Jan Knijff Adriaanszn, stoombootreder te Woerden verkoopt in 1867 Deklust aan Arie van Oostveen. Deze verkoopt de fabriek in 1875 aan Anthonie van Oostveen. Op een veiling in de Stadsherberg te Woerden verkoop Anthonie Deklust twee jaar later aan Baltus van Wijk. Eind 19e eeuw wordt de fabriek beëindigd. Wellicht gaat hij op in Pannenfabriek De Nijverheid of Ambagstheer.

 

Het Blauwe Hek

Wanneer er voor het eerst sprake is van de naam Het Blauwe Hek is onduidelijk. Bij de diverse verkopen wordt pas in 1849 daadwerkelijk gesproken over Het Blauwe Hek. In 1713 transporteert Gerard Feck een pannenbakkerij en Tichelarij aan Matheus Feck van Rijneveltshoeck. Diens erfgenamen transporteren dezelfde fabriek in 1759 aan Jan Cornelisz Plomp. Zij runnen de fabriek 40 jaar. In 1799 nemen Jan, Gijsbert en Gerrit Plomp Jzn de fabriek over. Op een veiling in Het Dorstige Hert verkoopt Gijsbert Plomp Janszn en de overige erfgenamen van Jannigje Knijff de panfabriek aan Maria de Koning, weduwe van Gijsbert (de) Koning. Bij de boedelverdeling in 1822 van de nalatenschap van Maria de Koning komt de fabriek in handen van haar dochter Aaltje, die getrouwd is met steenbakker Aart Knijff Hendrikszn. In 1851 verkopen de erfgenamen van Aaltje en Aart panfabriek Het Blauwe Hek aan Jan Knijff Aadrianuszn. Deze draagt de fabriek in 1867 weer over aan Zacherias Hendrikus van Kuijk. Als deze van Kuijk in 1899 overlijd neemt zijn zoon Jacob Dirk de fabriek over. In 1919 verkoopt Jacob Het blauwe Hek aan Baltus van Wijk, deze overlijdt kort daarna. In zijn nalatenschap aan zijn zoon Hendrik en dochter Adriana Hendrika en Catherina van Wijk in 1920 zit niet alleen Het Blauwe Hek maar ook pannenfabriek De Nijverheid. De drie erfgenamen gaan een vennootschap aan onder de naam “Firma B. van Wijk &zn”. In Het Blauwe Hek en De Nijverheid worden pannen en vloertegels gefabriceerd. In 1933 worden de werkzaamheden beëindigd.

 

Damlust

Ook in de in 1793 opgerichte pannenfabriek Damlust heeft de familie Knijff indirect een aandeel gehad. In 1837 erven Jan Jansse de Koning en zijn zus Aaltje de Koning de fabriek van Dirk de Koning. Aaltje is de weduwe van Aart Knijff Hzn en eigenaresse van Het Blauwe Hek. Op het einde is de fabriek in handen van de familie Brunt. Deze verkoop te fabriek aan de Woerdense Dakpannenfabriek.

 

Het Misverstand

In 1777 krijgt Johannes Knijff Het Misverstand in handen, maar deze verkoopt het direct door aan Jacobus de koning. Jan Jansse de Koning heeft Het Misverstand daarna lang in handen. Jan Jansse de Koning is getrouwd met Meinsje Knijff dochter van Hendrik Knijff (eigenaar Kop en Hagen en De Driemanshoop) en Jacomijntje Verbaan. Uiteindelijk komt ook deze fabriek in handen van de familie Brunt. In 1923 wordt de fabriek ondergebracht in Pan- en Tegelbakkerij Rijstreek. In 1933 wordt het bedrijf beëindigd.

Op de kaart van Woerden staan alle pan- en steenbakkerijen van omstreeks 1832 aangegeven.

 

Bronnen:

Streekarchief Woerden: Documentatie K0065 economie 312 dakpannenfabriek I en II, auteurs onder andere: Van Helvoort, W.C. van vliet en Van doorn. In deze documentatiemap ook artikelen van: Nico Plomp en C.J. Hendrikse. De gebroeders van Staveren over de plaatsen van de diverse steen- en pannen fabrieken in Woerden. F.H. Landzaat 23 april 1970 over steenfabriek “de Driemanshoop”.                                                                                                                      

Diverse notariële akten en geboorteregisters.

Masterscriptie Erfgoedstudies Vrije Universiteit Bilthoven, juni 2008, veranderend steenbakkerijlandschap over representatie en herbestemming van steenfabrieken door Karin Stadhouders.

Sprokkelingen uit de geschiedenis van Linschoten deel I (1978)

“Landgoed Linschoten” een geschiedboek samengesteld door Wessel Reinink 1994.

Heemtijdinghen: 7e jaargang nr 3 september 1971, 8e jaargang nr 3 oktober 1972, 36e jaargang nr 2 juni 2000.   

Kadastraal atlas Woerden.

Album van Woerden en omstreken 1873.

Stichting Historie Grofkeramiek

Voor een volledig inzicht in de familiestamboom zie www.hansknijff.com voor de genealogie van de familie Knijff.

 

linken:
http://www.verhaalvanwoerden.nl/de-verhalen/pan-en-steenfabrieken
http://www.grofkeramiek.nl/